Informatie over Speyertherapie
Door: Paul Stroosnijder Speyertherapeut
Inhoud:
Inleiding
Het indicatiegebied van de Speyertherapie.
De emotionele werking van onze hersenen.
De werking van emotionele programmering.
De invloed van de geboorte op ons leven.
De helende werking.
Contra-indicaties.
Het analytisch voorgesprek.
De praktische behandeling.
De verwerkingsperiode.
1. Inleiding.
De Speyertherapie is een basale behandeling, die model gestaan heeft voor vele andere huidige therapievormen. Er kan een breed scala van emotionele problemen en psychosomatische klachten mee behandeld worden. De therapie wordt, met een speciaal doel, altijd individueel gegeven en begint met een duidelijke analyse van de oorzaak van de huidige klachten. Alhoewel de behandeling een strikt hersenfunctiemodel volgt, wordt ze toch iedere keer weer op de "patiënt" toegespitst. Iedere behandeling is dus uniek en niet met een andere te vergelijken. Het resultaat van de behandeling voor de patiënt is dat deze meer zichzelf wordt, beter met zijn of haar energie omgaat, minder angst beleeft, minder compensatie gedrag vertoont en zich gelukkiger voelt.
2. Het indicatiegebied van de Speyertherapie.
Alle klachten die met het gevoelsleven te maken hebben kunnen in principe behandeld worden.
In grote lijnen zijn deze als volgt te rangschikken:
Neurose verschijnselen:
Dwanggedachten. Dwanghandelingen. Wel iets willen maar het gebeurt steeds maar niet. Wél doen wat men niet wil en niet doen wat men wél wil.
Emotionele klachten:
Overspanning. Depressiviteit. Agressie. Zich onbehagelijk voelen. Zich schuldig voelen.
Relatieproblemen:
Geen relaties aan kunnen. Steeds meerdere relaties moeten hebben. Steeds weer stuklopende relaties. Geen genegenheid kunnen krijgen uit een relatie. Zich steeds maar inleveren.
Psychosomatische aandoeningen:
Lichamelijke klachten waar geen medische oorzaak voor te vinden is.
Sexuele moeilijkheden:
Angst voor sexualiteit. Frigiditeit. Impotentie. Geremdheid. Schaamte. Pijn. Zich niet veilig voelen. Te veel of te weinig behoefte aan sexualiteit. Gedrag als exhibitionisme en sadisme.
3. De emotionele werking van onze hersenen.
Om de werking van de therapie beter te kunnen begrijpen is het noodzakelijk de theorie over hoe onze emoties ontstaan te kennen. Het begrijpen hoe onze hersenen functioneren laat ons ook begrijpen hoe onze emotionele problemen ontstaan. Hier volgt een beknopte uitleg:
Impulsstroom door het menselijk brein, overdag

Door onze hersenen stromen elektro-chemische impulsen. Overdag hebben deze een bepaalde richting. 's Nachts is hun stroom andersom. Dit merken wij bijvoorbeeld aan het "beelden" kunnen zien in het donker tijdens het dromen. Overdag heerst er de volgende energiestroom: Een groot deel van de impulsen, zoals licht en geluid, dringen als energie van buiten af ons lichaam binnen. Deze impulsen bereiken onze hersenen via onze zintuigen.
Een ander deel komt via onze huid, smaakpapillen en andere organen eveneens als energie naar onze hersenen.
In dit stadium bestaan alle impulsen echter slechts uit energie en hebben (nog) géén emotionele lading.
In het thalamus gebied, een gebied in onze voorhersenen, worden deze impulsen versterkt, waarna ze doorstromen naar associatiegebieden waar zij herkenning zoeken. Deze gebieden liggen over de gehele cortex verspreid en vormen wat men in de psychologie noemt "het onderbewustzijn". In psychologische zin zijn deze gebieden gescheiden van ons bewustzijn. Vinden impulsen hier herkenning dan wordt de, al aanwezige, energielading geraakt. Deze vlamt als het ware op. Duurt de binnenkomende impuls lang dan zal steeds meer energie toegevoerd worden en tenslotte gaan uitstralen naar het bewustzijn. Door een scheidingslaag heen. Pas als dit gebeurt worden wij ons gewaar dat we iets zien, horen of voelen. Al onze zintuigen werken integraal samen.
De impulsen die uit ons lichaam komen lopen ook via het thalamusgebied en volgen dezelfde procedure.
Onze hersenen zijn, net als andere organen, op deze wijze georganiseerd. Alle impulsen zullen dan ook altijd en bij iedereen deze stroom volgen. Dit is een wetmatigheid. Alles wat men bewust beleeft ontstaat op deze wijze. Van mij als ik dit schrijf en van u als u dit leest. De Speyertherapie accepteert en erkent deze natuurlijke biologische eigenschappen en past ze, in tegenstelling tot vele andere "scholen", consequent toe.
Dit kan als één van de redenen gezien worden waarom de behandeling zo effectief is in zo'n kort tijdsbestek.
Het hangt dus van de ladingen in onze associatiegebieden af hoe wij emotioneel functioneren. Daar ontstaan onze emoties, daar associëren wij gevoelswaarden aan de impulsen die onze zintuigen waarnemen.
Als daar bijvoorbeeld heel veel energie aanwezig is, zullen we zeer heftig en emotioneel reageren. Als we daar echter geen associaties hebben zullen we niet emotioneel reageren. We "voelen het niet aan".
De oorzaak van onze emotionele problemen ligt dus altijd in deze gebieden van onze hersenen. De vraag "Waarom voel ik toch zo?" wordt in het volgende hoofdstuk behandeld.
4. De wet van emotionele programmering.
De vorming van de associatiegebieden in onze hersenen vangt aan gedurende de voorgeboortelijke periode van ons bestaan. Bij onze geboorte bestaat er reeds een grove structuur. Bepaalde structuren krijgen we overgeërfd mee van onze voorvaderen. Een voorbeeld hiervan is dat mensen over de gehele wereld bang zijn voor slangen. Dit is een collectieve menselijke eigenschap. Er zijn ook hersenstructuren die overgeërfd worden van onze directe voorouders. Dit zijn de familie-eigenschappen.
Andere structuren zijn nog niet gemodelleerd, dit gebeurt pas ná de geboorte. Onze omgeving bepaalt hoe deze structuren er uit gaan zien. Hier ligt het verschil tussen aanleg en milieu. Onze omgeving zal bepalen hoe wij leren met die omgeving om te gaan.
Lichamelijkheid van 0 - 1,5 jaar.
Gedurende de eerste anderhalf jaar van ons leven ontwikkelen zich hersenstructuren met betrekking tot ons lichaam zoals de zekerheid ons lichaam in stand te houden, het eten en drinken, het op temperatuur blijven en het overleven. Dit zijn de belangrijkste, zelfs de enige, zaken voor een baby. We uiten ons uitsluitend lichamelijk, we plassen en poepen, we glimlachen, we slapen, we huilen, we krijgen koorts, we slaan en schoppen.
Relaties van 1,5 - 5 jaar.
Tussen anderhalf en vijf jaar ontwikkelt zich een relationeel deel. We leren onderscheid maken tussen onszelf en mamma, tussen vrouwen en mannen en tussen thuis en de buitenwereld. We leren voor het eerst wat een relatie is! Rond het vijfde levensjaar stopt de ontwikkeling van de hersenstructuur in deze associatiegebieden.
Na het vijfde levensjaar begint ons verstand, de rede, de ratio, zich te ontwikkelen. Dit is een ander deel van onze hersenen. De ontwikkeling van de eerste vijf levensjaren wordt afgesloten. Dit vormt nu, te samen met de overgeerfde structuren, wat wij noemen ons onderbewustzijn. De structuren van het onderbewustzijn worden dus grotendeels gevormd in de onbewuste periode van ons leven. Daarna begint de ontwikkeling van het bewustzijn, als een separaat gebied in de hersenen. Tussen deze twee verschillende delen ligt een scheidingslaag: het taboe.
We moeten het de rest van ons emotionele leven doen met deze structuren. Of we willen of niet. Mensen worden dus als het ware "geprogrammeerd". Alle latere ervaringen moeten met de structuur van de eerste vijf jaren verwerkt worden. Ging er toen iets fout, dan zullen we ons leven lang die zelfde fout blijven maken.
Voorbeeld 1: beleefden we in die eerste jaren angst voor honden, dan zullen we ons hele leven bang voor honden blijven! Maar het blijft daar niet bij: alles wat bij ons een associatie met honden geeft zal als negatief beleefd worden.
Voorbeeld 2: bestond de voor het overleven noodzakelijke moederliefde voor ons alleen maar uit eten krijgen, dan zullen we ook later liefde zoeken met behulp van eten.
Zoals het tóen was moet het leven nú ook zijn. Veel mensen zijn zich daarvan niet bewust.
Het ontstaan van de menselijke gespletenheid

Hebben we de omstandigheden van onze eerste vijf levensjaren geaccepteerd, dan is dat een norm voor ons latere leven geworden. Waren de omstandigheden slecht voor ons bestaan, dan zullen wij ons er zeker tegen verzet hebben. Ook dit kan een norm geworden zijn. Menigeen heeft vroeger zo gereageerd en verzet zich als volwassene nog steeds volgens ditzelfde patroon tegen alles en nog wat.
5. De invloed van de geboorte op ons leven.
Onze geboorte is de belangrijkste gebeurtenis in ons leven!
Veel onderzoek is gedaan naar de invloed daarvan op ons dagelijks leven.
Uit het voorgaande hebben we kunnen opmaken dat onze hersenen niet slechts gewoon "leren" maar in de eerste vijf jaar van ons leven ook "geprogrammeerd" worden.
De reden waarom een baby of een kleuter "leert" is heel fundamenteel: overleven! Om te kunnen bestaan is een kind volledig afhankelijk van de volwassenen om zich heen. Dit neemt af naarmate het kind ouder wordt. Een volwassen mens is om te kunnen leven niet langer afhankelijk van een ander mens. De afhankelijkheid is dus omgekeerd evenredig aan de leeftijd: hoe ouder men is des te minder, hoe jonger men is des te meer zal afhankelijkheid een rol spelen. Tijdens de voorgeboortelijke periode is de baby eigenlijk nog een deel van het moederlichaam. Het bevindt zich binnen in haar lichaam, en is er geheel door omgeven. Het is er meestal heel veilig, maar de baby is er ook voor 100 % afhankelijk van de moeder.
De geboorte verstoort deze situatie met groot geweld : de druk van het persen is bijna dodelijk, de temperatuurschok enorm. Weg uit het beslotene! De lege luchtruimte in! Vaak beleeft de baby een enorme lichtschok: het gedempte geelachtige schijnsel van binnen verandert zomaar in het licht van een operatieschijnwerper! Ging het verkrijgen van zuurstof tot nu toe geheel automatisch, vanaf de geboorte moet de baby zelf gaan ademen! Een overgang alsof een vis op het droge moet gaan leven! Kortom, een enorme gebeurtenis die wij ons als volwassenen niet meer kunnen voorstellen. Toch blijkt uit de jarenlange praktijk dat iedereen deze gebeurtenis exact heeft opgeslagen in zijn hersenen. Iedereen "weet" precies hoe het verloop geweest is.
Na de geboorte vermindert de afhankelijkheid met de jaren. Maar het is juist deze afhankelijkheid die de baby beveelt te accepteren wat het krijgt aangeboden. Het is juist de mate van afhankelijkheid die bepaalt hoe ernstig het conflict kan zijn tussen behoefte enerzijds en het aanbod anderzijds.
Uit de ervaringen blijkt dat het karakter van het geboorteproces later in het leven ook als conflict terug te vinden is. Bijvoorbeeld: als een kind te vroeg geboren is, is het niet rijp de grote stap naar het nieuwe leven aan te kunnen. In het latere leven zien we bij deze mensen vaak een afkeer om met iets nieuws te beginnen: onbewust voelen zij zich nog steeds niet rijp en kunnen nog steeds een nieuwe stap niet aan.
Het tegenovergestelde geldt ook: een baby die geleden heeft onder bijvoorbeeld de stress en angst van de moeder tijdens de zwangerschap, kan later in het volwassen leven een onredelijke stress ervaren in situaties die een symbolische herhaling zijn van de voorgeboortelijke tijd. Dus bijvoorbeeld in iedere "opgesloten" situatie. Dat kan zijn in een kelder, in een vergadering waar men geacht wordt niet weg te kunnen, maar ook in een relatie met een partner.
6. De helende werking.
Zoals uit het voorgaande blijkt heeft de Speyertherapie een gedegen theoretische ondergrond, gebaseerd op jarenlange praktijkervaring. De theorie van de helende werking is gebaseerd op waarnemingen tijdens de praktische behandelingen en de veranderingen die plaats vonden in het leven van patiënten ná de behandeling.
De klacht van de patiënt in het heden wordt d.m.v. vraag en gesprekstechniek in kaart gebracht. Daarna volgt een veralgemenisering en een "terugplaatsen" van de klacht naar de wereld van de patiënt als kind. Het "toen en nu" principe. We zullen dan altijd een soort van emotioneel trauma of conflict vinden. De behandeling bestaat er uit om juist dát belangrijke eerste trauma of conflict op te zoeken en te laten herbeleven.
Indien een bepaald associatiegebied is geprogrammeerd met te veel aan energie wordt door de herbelevingen en het afreageren de energie steeds minder tot uiteindelijk het voor die patiënt normale niveau is bereikt. Na de verwerking van de herbelevingen zal de patiënt in dezelfde situatie niet meer zo heftig reageren maar op een normaal niveau. Sociaal houdt dit in dat, als de patiënt vanwege die heftige emoties bepaalde situaties heeft vermeden, hij of zij nu wel in diezelfde situaties kan verkeren en functioneren. De hersenen gaan weer spontaan gebruik maken van de voorheen afgesloten associatievelden. De patiënt zal vrijer gaan leven en zich losser en spontaner bewegen, en direkter met andere mensen omgaan.
7. Contra-indicaties.
De behandeling kan op de meeste mensen toegepast worden. Er zijn echter enkele uitzonderingen.
Allereerst moeten de hersenbanen waarlangs de impulsen naar de associatiegebieden getransporteerd worden redelijk goed functioneren. Hetgeen inhoudt dat de patiënt niet verdoofd mag zijn door medicijnen of drugs.
Tijdens zwangerschap wordt behandeling ten sterkste afgeraden wegens de vrijkomende emoties.
Een heel enkele keer komt het voor dat de karakterstructuur van de patiënt de behandeling niet verdraagt. Hierop wordt hij of zij tijdens het voorgesprek getest.
8. Het analytisch voorgesprek.
Het effect van de behandeling is, net als bij alle andere behandelingen, afhankelijk van de analyse van het probleem in het heden.
De analyse dient er toe een diagnose te stellen. Wat is er eigenlijk aan de hand? En wat is daar de oorzaak van?
Samen met de patiënt wordt de oorzaak bewust gemaakt. De klachten in het heden worden teruggeleid naar de situatie waarin de patiënt zich bevond gedurende zijn eerste vijf levensjaren. De therapeut wijst op de verbanden en overeenkomsten, en zo zal het voor de patiënt duidelijk worden wat zijn of haar klachten in het heden te vertellen hebben en waar de oorzaken liggen.
De therapeut bespreekt daarna met de patiënt het verloop van zijn of haar therapie en de te verwachten resultaten.
Na ten minste drie dagen bedenktijd kan de patiënt besluiten of hij/zij de therapie wil ondergaan of niet.
Het analytisch voorgesprek duurt ca. twee uur.
9. De praktische behandeling.
Iedere dag begint de behandeling met een gespreksdeel. Daarna begint de eigenlijke sessie. De patiënt neemt plaats op een bank/bed en de ogen worden volkomen donker gemaakt. Na een eenvoudige ontspanningsoefening, leidt de therapeut de patiënt naar één van de oorzakelijke situaties in de vroege jeugdjaren terug. Het is een bekend verschijnsel in de psychologie, dat de mens teruggeplaatst (letterlijk en figuurlijk) in de omgeving waar hij iets leerde, zich het indertijd daar geleerde weer kan herinneren, ook al was hij het ogenschijnlijk "vergeten".
De herbelevingen die de patiënt ondergaat zijn vaak zeer intensief en emotioneel. De conflicten worden weer herbeleefd met de intensiteit waarmee een klein kind deze beleeft. Doordat de patiënt zich ook bewust is van het heden, d.m.v. het contact met de therapeut, vindt de beleving op twee niveaus plaats. Op deze wijze is het mogelijk het oorzakelijke trauma alsnog te verwerken. Dit is de kern van de helende werking van de Speyertherapie.
Vaak geeft het zich bewust worden van het oorzakelijke trauma direct al een verandering van de levenshouding van de patiënt. Soms duurt de integratie weken. Naarmate de therapie vordert worden de herbelevingen intensiever. Het teveel aan energie, dat zich in het lichaam van de patiënt bevindt, wordt tijdens de sessies ontladen.
De sessies worden gedurende tien achtereenvolgende werkdagen gegeven, beginnen altijd op een maandag en duren ongeveer twee uur. Het is aan te bevelen om de sessie iedere dag op het zelfde uur van de dag te houden.
Aan het einde van de twee-weekse behandeling voelt de patiënt zich opgelucht, bevrijd en heeft een goed gevoel. Op de laatste dag wordt er besproken hoe de reactie op de behandeling zal verlopen, eventueel samen met de partner.
10. De verwerkingsperiode.
De verwerkingsperiode duurt ongeveer 3 maanden.
De patiënt komt nog minstens 3 keer terug ter controle bij de therapeut.
De eerste twee weken na de behandeling is de patiënt hoofdzakelijk bezig deze emotioneel te verwerken. De betekenis van het beleefde in de sessies wordt steeds duidelijker. De patiënt gaat zijn of haar omgeving zien in het licht van zijn of haar verkeerde programmering.
Daarna volgt een 4-weekse periode waar in de patiënt zijn of haar nieuwe visies tracht toe te passen in het dagelijks leven. Maar dit lukt nog niet altijd!
Na deze golven in het gevoelsleven stabiliseert het nieuwe gevoel en gedrag zich. Het eindresultaat van de behandeling is dat de patiënt meer zichzelf wordt, veel bewuster leeft, zijn of haar relatie(s) duidelijker ziet en daarin beter functioneert, zich als ouder beter manifesteert naar kinderen toe, en een gezondere instelling ten opzichte van werken krijgt. De snelheid van deze ontwikkeling is afhankelijk van de mogelijkheden en de omstandigheden van de patiënt. Deze ontwikkeling zal altijd plaats vinden, alleen het tempo verschilt per persoon.
"Speyertherapeut" is een beschermde titel en de beroepsopleiding wordt uitsluitend door Stichting Sensus georganiseerd.